Following

Table of Contents

The Sheer at the End

In the world of Tubeon

Visit Tubeon

Ongoing 2315 Words

The Sheer at the End

7 0 0

Pila

Twee weken terug hebben we de grens van Faellys achter ons gelaten, maar het voelt alsof we al jaren trekken over deze vrijwel kale, donkere vlakte. 

(Tom: “Jaren? Het voelt voor mij eerder als een paar dagen! Ik ben trouwens blij dat we daar zo ver vandaan zijn als mogelijk. De gedachte aan die boze blikken doet nog steeds het haar op mijn ruggengraat overeind staan.. Brrr…”
Pila: “Tom, shht, ik probeer te schrijven! En dit is mijn dágboek, dat is privé! Stop toch eens met over mijn schouder mee te lezen.”)

We werden inderdaad niet bepaald vriendelijk aangekeken toen we vertelden dat wij, als diervolk, hadden besloten om ons eigen plan te trekken en op avontuur te gaan. Ze probeerden ons te bevelen om terug te gaan! Toen was ik inderdaad blij om de grens en de afkeurende ogen achter ons te laten.

Dat gezegd hebbende, na zo lang gereisd te hebben zonder ook maar een enkele sprekende ziel tegen te komen, zou ik zelfs de bevelen van de fae boven de razende wind en de drukkende leegte verkiezen. Ik danste vanbinnen en vanbuiten toen we in het licht van de opkomende maan in de verte een rookpluim zagen. Al begon Tom natuurlijk meteen te grappen dat het waarschijnlijk een boom was waar de bliksem in was geslagen.. Typisch. Er zijn hier niet eens bomen, of in ieder geval, geen bomen van noemenswaardige grootte. Nu we wat dichterbij zijn is het zeker duidelijk dat het om een klein kampement gaat. Een paar ronde tenten en een groot kampvuur. Mmm geroosterde sprinkhaan, knapperig en net een tikje zoet… Oké, niet aan eten denken, gedroogde bastvlechten houden ons ook op de been, al smaken ze misschien naar rottend hout.

Het kampement is opgezet in de beschutting van dezelfde klif als waar wij de afgelopen dagen naartoe proberen te trekken. Beschutting van de schijnbaar eeuwige storm die hier lijkt te woeden is erg aantrekkelijk, maar het is zo moeilijk om afstanden in te schatten in de richting van het Coude. Nu we zelfs het kampvuur en de tenten kunnen onderscheiden zal het wel binnen een dag reizen liggen. Hopelijk zijn ze vriendelijk, maar ik denk het wel. Al het levende en lachende in deze barre duisternis moet toch voor iedereen als een geschenk van de Maan voelen? Ik vraag me af wat voor muziek ze maken…

(Tom: “Wil je nog een pijpje voor we gaan slapen?” Pila: “Zolang je ‘m niet weer met iets ‘interessants’ gevuld hebt.” Tom: “Ik dacht echt dat ik die maanbloem goed herkend had! Wist ik veel dat ‘ie een broertje had die net iets minder lekker valt…” Pila: “Minder lekker?! Ik was vanochtend nog steeds vlammetjes aan het ophoesten. Niet per se lekker wakkerworden ofzo.” Tom: “Maar maak je geen zorgen, dit is mijn signature mix. Allemaal zorgvuldig gestolen uit de tuin van Oshimir.” Pila: “Tom..! Het is maar goed dat we onder diens neus vandaan zijn voor de komende tijd. Nou, vooruit dan maar. En dan slapen. En morgen…” Tom: “Zo snel mogelijk naar die kikker-etende monsters bij dat kampvuur, ja, we weten dat je er naar uit kijkt.” Pila: “Tom! Ze zijn vast net zo op zoek naar een vriendelijk gezicht als wij. Niks monsters, niks kikkers eten. Hou je mond en rook die pijp nou maar.”)

 

Tom

Tom: “…in die grot, gewoon in een hoekje geloof ik. Weet je nog? Die met die vlezige paarse paddenstoelen die toch niet zo eetbaar waren als ik dacht. Ik denk dat ik ‘m misschien… Oh! Er gloeien een paar runen! Hallo? Hallo! Test, test, test… Ik geloof dat ze pulseren, harder als ik harder schreeuw. TOch? TOCH? Jep, denk t wel. En hier loopt het dan door dit buisje, een plaatje… Oh, zie je dit?! Het druppelt in dit flesje. Mmm het lijkt gelukkig niet zo snel te vullen, dan kunnen we nog even vooruit. Ik vraag me af of je het terug kunt luisteren… Misschien door het te drinken? Of door een van deze …”

Tom: “Euhum. Reislogboek van Tom en Pila. Eerste opname. (Bericht? Fragment? Ja.) Eerste fragment. 18e dag van de 3e maan. Rechts van ons zien we een klif. 100 meter hoog? Om en nabij. Daarachter, bergen. Links alleen een platte vlakte, meer klif, want dit is de kust. We zijn… (dramatisch tromgeroffel… Ah come on, Pila! Niks mis met een beetje drama. … Dankje! Dat was toch niet zo moeilijk?) We zijn dus bij de Oceaan van de Eeuwige Dood. Pam pam paaaaam!”
Pila: “Tom, er komt iemand aan. Misschien kun je je nieuwe speeltje even wegstoppen zodat we ze niet direct de stuipen op het lijf jagen?”
Tom: “Oké oké, ik zal doen alsof ik netjes en beleefd ben, ik snap ‘t al.”
Pila: “… dat was niet… je weet dat ik dat niet zo… sorry, oké?”
Tom: “Tis oké, Piel. Wat een grote zeg.. is dat een mens? Lijkt net wat.. mm.. steviger ofzo, meer haar? Oh, ik zal even zorgen dat ‘ie me kan verstaan. *wroeshjj*”

??? (Luid, van ver weg): “Hey, jullie daar. Halt. Wapens op de grond en handen waar ik ze kan zien.”
Tom: “Geen wapens hiero, maar hier zijn m’n handen.. (als zijn dat eigenlijk mijn wapens, als ik er zo over nadenk.) … Pila, wat doe je? Ik geloof echt dat ‘ie meent wat ‘ie zegt hoor.”
Pila (steeds verder weg): “I got this, zodra ze zien dat we vriendelijk zijn..”
Tom (mompelend): “Wat doet ze.. zwaaien? Seriously? Oh ja, nee, natuurlijk, een pirouette.. niet iedereen heeft altijd zin om te dansen Piel, deze ziet er eerder uit alsof ‘ie je als avondeten in gedachten heeft. Misschien lijkt ‘ie alleen maar steviger dan de paar mensen die ik gezien heb vanwege al die dikke huiden waarin ‘ie zich gewikkeld heeft.. is dat een soort os misschien? En dat lijkt een staart van een poolvos ofzo. En dat… brr nee dat zal toch niet? Bleh, ja toch, een kattenklauw … maar het gezicht is eigenlijk best ingevallen, en de ogen… angstig, verdrietig.. maar ook trots, en een vleugje hoop?”
???: “…goed, Pila. Als jullie beloven dat wat je vindt, verzamelt en jaagt met ons te delen, zal ik jullie je gang laten gaan. En misschien is wat muziek en dans wel goed inderdaad. Kom later maar langs. Als je zegt dat Erke je heeft uitgenodigd zal je welkom zijn.”
Pila: “Dat is erg aardig van je, Erke. We komen graag delen in jullie warmte en vuur. Dit is dus Tom. Tom, dit is Erke, de ‘moeder’ van deze expeditiegroep, voor zover ik het begrijp.”
Tom: “Eh hallo, aangenaam…”
Erke: “Gegroet, Tom. Enneh, in het vervolg kun je beter je nagels intrekken als je iemand de hand schud… Oké, tot later dan, dierwezens. En breng wat mee, dat komt beleefder over.”

(Resolute, zware voetstappen verwijderen zich. Gevolgd door een lange stilte, en een opgelucht en lichtelijk bang miauwtje.)

 

Pila

We hebben even wat beschutting van de wind gezocht in de ingang van een grot. Grappig genoeg de enige plek ook waar bomen groeien die boven mijn hoofd uitkomen. Ik merkte dat de grond wat zachter was, daadwerkelijk een laagje leemzand of zoiets, heerlijk om over te dansen. Het werd een langzame dans, heel aardend, stevig mijn voeten neerplantend, maar toch langzaam stromend bewegend in ronde om elkaar heen slingerende lijnen, die me uiteindelijk leidden naar deze krappe grotingang, verstopt achter deze doornige, iele boompjes. Tom is geloof ik op onderzoek uit, maar ik moet echt even rusten, de kou maakt me zo moe en stijf...

 

Tom

Tom: "Reislogboek van Tom en Pila, tweede fragment, 18e dag van 3e maan." ... "Mmm, waarschijnlijk is dat te zacht om te horen. Er drupt dus iets, ergens, water! In deze koude rotswoestijn. Tenminste, ik ga uit van water, maar het kan opzich elke vloeistof zijn natuurlijk. Misschien zelfs... bloed?" ... "Oke, het is in je eentje echt veel minder leuk om dingen enger te maken dan ze hoeven zijn. Niet dat ik mezelf bang heb gemaakt. Natuurlijk niet! Tom, de befaamde avonturier, die is nergens bang voor..."

 

"drip, drip, drip drip... drip"

 

Tom: "Jep, gewoon water. Het ziet eruit alsof het al een tijd zo drupt, waar de druppels vallen is een soort holte ontstaan. Oh, huh, dus geen stalacmiet.. Er komt geloof ik ook zandachtig spul mee met de druppels. Maar het lijkt wel of dat al voordat het bij de grond komt naar de grond wordt getrokken. Het vormt een soort dijkje om het plasje waar de druppels in vallen. De bodem van het plasje lijkt wel gewoon rots. OH, met een soort gezicht erin gecarved. Wonderlijk dat dat nog niet is weggevaagd door het vallende water. Of misschien is het wel ontstaan door het vallende water, wie weet. Dit vraagt om een geschenkje. Eens zien. Een ronde steen met gat? Nee, er is hier al genoeg steen. Ook geen bosklokje. Ze zou het licht te veel missen. Spechtenschedel? Te weinig beestjes hier. Oh, deze is goed. Een fragment van een acopalunta vrucht (ofwel de exploderende peer, zoals ik 'm graag noem). Dit stukje van de schil vloog tijdens een explosie in mijn gezicht, en het draagt nog de warmte in zich mee. Hier, alsjeblieft, in het zandruggetje. Moge de herinnering aan de warmte van het vuur het leven hier wat aangenamer maken."

 

Tom: "Ik heb even, onder het genot van een pijpje, nagedacht over hoe het kan dat er water drupt in een anderszins bevroren wereld. Zeker gezien hier in de omgeving sowieso nauwelijks water te vinden is, bevroren of niet. In deze barre streek is vooral een overvloed aan wind, een stenige bodem en plotselinge, scherpgerande rotsformaties zoals deze klif. Wat verdacht afwezig lijkt is warmte. En water dus ook. Misschien dat heel vroeger alle elementen wel overal waren. Water, vuur, wind en aarde. Wat een spectaculaire chaos moet dat geweest zijn. Vuurstormen, Modderstromen, hoog opzwiepende golven tegen smeltende kliffen. Dat moet nog eens een belevenis zijn geweest. Misschien dachten Fetena en de andere goden daarom wel dat het beter was om het te een en ander te scheiden. Dat ze zat waren van iedereen die steeds maar het prachtige elementaire geweld opzocht en dan om goddelijke redding smeekte. Haha!... Maar het is natuurlijk heel makkelijk om een paar fragmenten van vuur of water over het hoofd te zien, of een windvlaag te laten ontsnappen. Spikkels van elementen die hun familie kwijt zijn. De rest van hun bestaan opboksen tegen hun tegenhangers. Vergelijkbaar, maar ook volkomen vreemd. Ergens herken ik dat wel..."

 

...

 

Tom: "Pila! Je bent veel te koud geworden joh! Hier, neem mijn jas. Ik maak het vuur weer aan."

Pila: "Mmwat? ik-k b-b-ben gew.. gewoon ... een b-b-b ... gewoon m-moe. Laat me m-maar ... slaap... slapen."

Tom: "Nee. Niets daarvan jij. Kom op, hngg, overeind. Ik pak je wel in. Zo, capuchon ook op."

(je hoort droge takjes zacht knetterend vlam vatten, terwijl Pila zachtjes neuriet.)

Tom: "Zo. Dat brandt wel weer even lekker door. Kom, ik pas er nog wel bij in die parka. Dan heb je mijn warmte ook."

Pila: 'Tom..." Tom: "mm?" Pila: "Ik hou van je... hahaha, ik moet wel stapelgek zijn, haha, als kikker, hier in de kou... volledig getikt.. hehe.."

(het blijft even stil)

Tom: "Stop met zo schaapachtig grijnzen jij.. zusjelief."

(het is een hele tijd stil. Op een gegeven moment klinken er zachte kikkersnurkjes.)

Tom: "Oh, shit. Dat ding loopt nog.. dat hoefde er nou niet perse op.." ... "nope, dat is 'm niet" ... "Oke, ik kan t niet vinden. Het moest blijkbaar vastgelegd worden.. ah wel.. Over en uit."

 

Pila

Dit was een fijne avond. Wat heerlijk om weer onder anderen te zijn. Ik heb eerst wat muziek gemaakt en een van de jongeren wat beginselen van de ocarina geleerd. Hij zei dat ze af en toe wel aan botten komen die zacht genoeg moeten zijn om er eentje uit te snijden. Tom vermaakte zich toen ook nog wel. Hij ging van deze naar de volgende persoon, spullen ruilend, pijpjes delend, verhalen uitwisselend en uiteindelijk, aan zijn intens wijde pupillen te zien, vertrokken naar een andere belevingswereld. Overigens niet volledig in z'n eentje, dat scheelt dan weer iets. Naarmate de avond vorderde ben ik gaan dansen. Er waren een aantal mensen voor mij onbekende ritmes aan het spelen door botten tegen elkaar te tikken en het was echt totaal betoverend. Steeds meer mensen gingen meedansen en het werd steeds wilder en wilder, tot de een na de ander uitgeput op de rond het vuur uitgespreide huiden neerviel. Zelfs Erke heeft op het laatst een beetje op haar plaats gedanst en meegetrommeld op een omgekeerde eetkom. En dat terwijl ze aanvankelijk heel zenuwwachtig voornamelijk om zich heen bleef kjken, alsof ze elk moment een aanval verwachtte. Ze vertelde me dat hier soms ijsberen jagen! Op wat dan, dat vraag ik me af. Dit landschap lijkt hier zo ontzettend leeg en leveloos dat het me een beetje somber maakt. Maar Erke zei dat er in de zee onder een dikke laag ijs wel van allerlei soorten vissen en andere zeedieren leven. Ze halen daar ook hun water vandaan. Ze hakken een brok zeeijs af. Dat smelten ze dan boven een vuur en zo houden ze zoutkristallen en brakkig water over. Erke zegt dat het smaakt naar het licht van het hemelvuur wat hier ooit bestond en ooit weer terug zal keren. Door de jaren heen zijn verschillende stammen van deze vlaktes heel wat mensen verloren. Niet dood, maar vermist. Soms jaren niks, soms ineens een stuk of 20 tegelijk, en ze hebben geen idee waar ze heen gaan, ze komen nooit terug en laten nooit meer iets van zich horen. Erke zegt dat deze vermiste stamleden dit hemelvuur zoeken, en dat op een dag het hemelvuur teruggedragen zal worden door al deze vermisten, alle generaties aan vermiste voorouders.

 

Please Login in order to comment!